Historie

Nijmegen is niet alleen de oudste stad van Nederland maar tevens de oudste autostad van Nederland. 2 Nijmeegse pioniers zijn hiervoor met name verantwoordelijk.

Petrus van Rijn

Bouwt de stoomwagen die de eerste serieuze voorloper is van de latere Motorwagen.

Deze geweerschutter van de Nijmeegse Schutterij had in 1887 een eigen stoomwagen ontworpen en gebouwd welke hij de naam Noviomagum had gegeven. Als de 36 jarige van Rijn met zijn zelfgebouwde stoomwagen rokend en blazend over de Nijmeegse singels reed, had hij over belangstelling niet te klagen. Het was voor die tijd een ongekende prestatie en in de landelijke pers had hij veel aandacht gekregen. Een dergelijk zelfbewegend voertuig dat zomaar zonder spoorrails overal kon komen was in die tijd een ongekend fenomeen.

Michael Aertnijs

Deze Nijmeegse ondernemer introduceert de automobiel in Nederland, is de eerste autohandelaar en eerste garagehouder (Hugo de Grootstraat) in Nederland en doet er vervolgens alles aan om deze “nieuwe sport” te promoten en de belangen van de eerste automobilisten te behartigen. In 1898 vertegenwoordigt hij ruim 60% van de verkochte automobielen. Enkele jaren achtereen nog blijft hij de onbetwiste marktleider in Nederland.

Kennismaking Automobiel en begin van de handel in Automobielen

In 1897 maakt Aertnijs in Parijs voor het eerst kennis met een automobiel. Hij maakt kennis met de berijder Emile Roger en de volgende dag volgt een proefrit in het wonderlijke voertuig en raakt hij dol enthousiast. Het voertuig werd voorgesteld als Voiture Roger maar bij inspectie onder de motorkap viel zijn oog op het plaatje, op de cilinder bevestigd: Original Motor “Benz”. Daar ging een licht op en hem schoot de annonce van de “Fliegende Blätter” te binnen: Wagen ohne Pferde. Benz-Manheim. Hij realiseerde zich dat hij hier bij de tweede hand, en niet bij de originele fabrikant was beland.

De volgende dag vertrok hij weer naar Nijmegen en gedurende al die tijd, die verlopen was na zijn eerste auto-rit, was het nieuwe voertuig niet meer uit zijn gedachten. Hij verbeelde zich dat ieder sportief aangelegd mens dezelfde sensatie zou beleven die hij had ondergaan, zodra hij maar in zo’n wagentje zou hebben gereden. Dat het dus niet moeilijk moest zijn deze aangename en zo geheel nieuwe sport in Holland te introduceren en aan te wakkeren, stond bij hem als paal boven water.

Onmiddellijk bij thuiskomst schreef hij dan ook naar Mannheim met het verzoek hem een catalogus te zenden en vroeg daarbij of er ook Motorwagens voor directe levering gereed stonden.
In een hoffelijk schrijven werd daarop omgaand bevestigend geantwoord. De prijzen van de zogenaamde “Velocipède” en van de “Comfortabel” waren respectievelijk 2000 en 2400 mark. Men vergat er niet bij te voegen dat dit ongeveer gelijk stond met de prijs van een paard en wagen. Men vergat er evenmin op te wijzen dat de Motorwagen niets gebruikte als hij geen dienst deed, in tegenstelling met het paard, dat dag en nacht staat te eten, ook als het niets deed. Na het ontvangst van het overtuigend schrijven voorzag hij zich van de nodige rijksmarken en reist hij af naar Mannheim.

Bij de Benz-fabriek maakt hij kennis met Dr. Ing. Carl Benz in eigen persoon die hem uiteindelijk de “Velocipède” verkoopt met een motor van 1 ¾ P.K. waarmee een snelheid kon worden gehaald van ca 25 km/u. Toen de heer Benz hem nu mededeelde dat hij de wagen in een stevige kist of krat zou laten pakken om hem per Mannheimer boot naar Nijmegen te zenden antwoorde Aertnijs prompt dat dit niet zijn bedoeling was, maar dat hij in tegendeel met zijn wagentje over de weg naar Nederland wilde rijden. Hij voegde er echter onmiddellijk aan toe, dat hij een goede instructeur moest meegeven om hem onderweg de behandeling te leren.
Aertnijs had al het plan gemaakt om, ter wille van de propaganda, Nijmegen zelf sturende binnen te rijden. “Herr Thum” wordt vervolgens ontboden en adviseert om enige reserve-delen mee te nemen.
De reis van enkele dagen verloopt redelijk voorspoedig en halverwege wordt een telegram verstuurd naar een te Nijmegen verschijnend blad met de tekst:

Arriveer Zondag 2 uur langs de St. Annalaan met een wagen zonder paarden regelrecht van de fabriek in Mannheim.

Aertnijs.

Artikel Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant (17-10-1897)

Vlak voor Nijmegen komen fietsers hen tegemoet die toeriepen dat een massa mensen op de St. Annalaan hen stonden op te wachten. Tenslotte bereikten hen de eerste wandelaars die weldra tot rijen aangroeiden en tenslotte zo talrijk werden dat het wondere moderne voertuig, door Aertnijs bestuurd en geëscorteerd door vele fietsers onder luide toejuichingen van de nu dubbele rijen nieuwsgierigen, op het vooraf bepaalde uur, triomfantelijk de oude Keizersstad binnenreed. De eerste auto als verkoopobject, had haar intrede in Nederland gedaan.

Deze auto was de derde auto in Nederland. De eerste was aangeschaft door een fotograaf Zimmerman uit Den Haag in 1896 en de tweede in 1897 door de heer Bakxs, notaris uit Wieringermeer.

De volgende dag werd direct met demonstratieritten met de automobiel begonnen. Toen de heer Thum de derde dag na aankomst weer naar Mannheim terugging kon hij al twee orders voor automobielen meenemen. Aanvankelijk vond verkoop plaats vanuit een speciaal daarvoor aangepast woonhuis maar in 1898 vanuit de allereerst autogarage van Nederland aan de Hugo de Grootstraat te Nijmegen. De inbreng van Aertnijs in het wagenpark is in 1898 60% wat later zelfs nog wat groeit. Vanaf 1898 verkoopt hij behalve automobielen van Benz ook Darracq en Mors en de tricycles van De Dion Bouton.

(Koninklijke) Nederlandse Automobiel Club (K)NAC

De heer Aertnijs was in 1898 lid van de Club Automobile de France. In april 1898 roept hij de Nederlandse Automobilisten bijeen in Hotel Keizer Karel en stelt voor om ook in Nederland een Automobielclub (NAC) op te richten. Later dat jaar op 3 juli 1898 gebeurt dat ook en 3 van de 5 bestuursleden zijn Nijmegenaar. In 1913 kreeg de club het predicaat ‘Koninklijk’ (KNAC) voor de medewerking die de club leverde aan het leger met een dreigende wereldoorlog in zicht.

Artikel Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant (22-02-1898)

Race Parijs – Amsterdam – Parijs 1898

Toen in 1898 de Club Automobiel de France het idee had om een grote intercontinentale race te organiseren van Parijs naar Wenen en terug heeft de heer Aertnijs succesvol gepleit voor Amsterdam in plaats van Wenen. In het vlakke Nederland zouden de prestaties van de automobielen nog beter tot hun recht komen. (Bovendien kon Nijmegen dan doorgangsplaats en zelfs rustplaats zijn.)

Nijmegen speelde hierin een prominente rol en kreeg achteraf alle lof. De intocht was over de St. Annalaan met ’s-avonds een groots diner en gala-avond in Sociëteitsgebouw “De Vereeniging”. De automobielen werden gestald in het Arsenaal waarna de volgende dag de race werd hervat via de pont naar Lent en verder naar Amsterdam. In alle pers kreeg deze wedstrijd veel aandacht wat veel heeft bijgedragen aan de verbreiding van de automobiel in Nederland.

Na de allereerste introductie van de automobiel in Nederland was het met name nog 1 Nijmeegse ondernemer  die er mede voor zorgde dat Nijmegen nog jarenlang bekend stond als Autostad.

Anton Moll

In 1897 begon hij een eenvoudige rijwielzaak aan de van Welderenstraat. Eind 1899 zet hij de eerste stap op het pad van de Automobielhandel met een motorgedreven tricycles van De Dion Bouton. In 1906 maakt hij definitief de overstap naar automobielen en groeit het bedrijf uit tot het grootste bekendste autobedrijf onder de naam L.A. Moll’s ATIM met vestigingen in Arnhem, Tiel, Hengelo, Enschede, Deventer, Rotterdam en Zwolle. Vele jaren vertegenwoordigde hij het merk De Dion Bouton wat toen het toonaangevende merk was wereldwijd. In de jaren groeit het bedrijf almaar in oppervlakte door overname en toevoegingen van belendende panden en percelen. Vanaf 1916 beleeft het bedrijf gloriejaren in het nieuw gebouwde modernste en grootste garagebedrijf van architect Oscar Leeuw aan de St. Annastraat 190 – 196 te Nijmegen. Het pompstation rechts naast het Splendorgebouw is het enige nog wat daaraan herinnert.

Artikel Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant (02-07-1898)

Bronnen:

  • inhoudelijke teksten:
    • “Hoe de auto in ons land kwam” door M.W. Aertnijs
    • “L.A. Moll’s ATIM” door Anton J. Janssen
    • “Het paardloze voertuig” door Ariejan Bos, Hans van Groningen, Gijs Mom en Vincent van der Vinne.
  • foto’s en krantenartikelen
    • Regionaal Archief Nijmegen